• Search
  • Home
  • Email
  • Print
  • Contact

Veiligheidsreglement

Veiligheidsregels voor practicumlokalen

  • Geen jassen en tassen in het practicum(gedeelte van het)lokaal.
  • Geen hoofddeksels op en geen sjaals en dassen om.
  • Verboden te eten en te drinken, geen kauwgom.
  • Lang haar in een staart. (zorg voor een clip of elastiekje in je etui)
  • Stopcontacten en water- en gaskranen zijn geen speelgoed.
  • Werkblad opruimen en schoonmaken.
  • Kapot materiaal of glaswerk melden.
  • Niet zonder toestemming van docent of onderwijsassistent in practicum- of lablokaal.

Aanvullende opmerkingen

  • Stel je op de hoogte van de veiligheidsvoorzieningen en noodvoorzieningen.
  • Elk practicumlokaal is voorzien van minimaal twee deuren. (lokaal 404 heeft vluchtramen)
  • Brandblussers bevinden zich altijd naast een deur, evenals een branddeken.
  • Nooddouches en oogdouches bevinden zich in de practicumlokalen scheikunde en in het lablokaal. EHBO trommels bevinden zich ook in de kabinetten.
  • Alle technische onderwijsassistenten zijn gediplomeerde BedrijfsHulpVerleners, zij weten wat te doen bij brand of ongevallen.
  • Kabinetten zijn NIET toegankelijk voor leerlingen.
  • Zorg voor een “schone” werkruimte. Leg zo weinig mogelijk materiaal op je tafel. Werk nooit met vloeistoffen boven je boek of andere papieren.
  • Het is niet te voorkomen dat je met glaswerk of apparatuur door het lokaal loopt. Kijk waar je loopt en geef elkaar de ruimte. Stoeien en duwen en trekken aan elkaar in een practicumlokaal is vanzelfsprekend niet toegestaan.
  • Krukken en stoelen hebben vier poten, gebruik ze alle vier. De kans dat iemand tegen een “wipkruk” schopt is groot, met alle gevolgen van dien.
  • Gebruik elektrische apparatuur op de juiste wijze. Bij apparatuur met een los netsnoer wordt het snoer eerst in het apparaat gestoken, daarna pas in het stopcontact.
  • Wees voorzichtig met het gebruik van water in de buurt van elektrische apparatuur en stopcontacten. Zet daarom voedingskastjes en andere apparaten nooit onder de waterkraan.
  • Spuitflesjes zijn NIET om mee te spelen.
  • Wisselspanning is gevaarlijker dan gelijkspanning.
  • Op aanwijzing van docent of onderwijsassistent kan het nodig zijn om te werken met een veiligheidsscherm.
  • Kijk nooit in het licht van laser, kwiklamp of UV-lamp.
  • Gebruik nooit kapotte snoeren, stekkers, apparatuur of glaswerk. Constateer je een defect, meld dit meteen aan docent of onderwijsassistent. Gebroken laboratoriumglaswerk hoort in een speciale glasbak. Deze staat in het kabinet scheikunde.
  • Gebruik de labjas op de juiste wijze, dus knopen dicht.
  • Bij het gebruik van een brander dient altijd een veiligheidsbril gedragen te worden. Bij andere practica wordt een veiligheidsbril gedragen wanneer dit door docent of TOA wordt aangegeven.
  • Wees voorzichtig met het verwarmen van glaswerk. Dit glaswerk alleen vastpakken met een speciaal daarvoor geschikte tang: een reageerbuisknijper voor reageerbuizen, een kroezentang voor het overige glaswerk. Pak een driepoot ALTIJD ONDER aan de poten vast, dan kun je je nooit branden in het geval dat deze warm is.
  • Reageerbuizen worden voor maximaal 1/4 gevuld.
  • Bij het oplossen of mengen in een reageerbuis zo veel mogelijk “kwispelen” in plaats van schudden. Deze methode ook gebruiken bij het verwarmen van een reageerbuis; hierbij voorkom je kookvertraging.
  • Bij schudden of verwarmen de reageerbuis NOOIT op  jezelf of anderen richten.
  • Als het toch noodzakelijk is een reageerbuis te schudden, dan dit altijd met behulp van een stopje en met je wijsvinger. (NOOIT MET JE DUIM)
  • Schenk vloeistoffen uit een flesje altijd met het etiket naar boven.
  • Schenk nooit reagentia terug in de voorraadfles.
  • Sluit flessen en potten zo snel mogelijk weer af met de bijbehorende dop of stop.
  • Ruik nooit rechtstreeks aan een fles. Ruiken doe je door de damp voorzichtig naar je toe te wuiven.
  • Vervoer chemicaliën en reagentia over de gang NOOIT ZONDER lekbak.
  • Stel je van de gevaren van chemicaliën op de hoogte door middel van de veiligheidskaarten. Ze liggen in de practicumlokalen scheikunde, biologie en het lablokaal.
  • Leer de gevarensymbolen uit je hoofd.
  • Gebruik chemicaliën in zeer geringe mate. Er mislukken meer proeven door te veel chemicaliën dan door te weinig.
  • Gebruik voor oplossingen altijd gedemineraliseerd water (demiwater). Dit geeft de kleinste kans op ongewenste reacties. Bij scheikunde wordt kraanwater alleen gebruikt voor spoelen en koelen. Bij andere vakken kan dit afwijken.
  • Het melden van (bijna) ongelukken is verplicht. Hierdoor kunnen o.a. betere instructies worden geschreven.
  • Chemisch afval wordt op een speciale manier verzameld en verwerkt. Gooi aan het eind van de les niet alles door de gootsteen maar vraag even aan docent of TOA wat en waar alles moet worden teruggezet.
  • Aan het eind van de les dient alles te worden opgeruimd en de tafel SCHOON EN DROOG achter gelaten te worden.
  • Schuif je kruk onder de tafel en was je handen voor het verlaten van het practicumlokaal.

Tot slot

Let op je eigen veiligheid en op die van je omgeving. Als je ziet dat iemand anders onveilig bezig is: zeg er wat van. Ook een docent of andere medewerker mag gecorrigeerd worden.